Maak uw keuze
De WandelmaatAlgemene Voorwaarden
- Boekingen
- Betalingen
- Doorgaan van de Reis
- Verzekeringen
- Zekerheid Reisgeld
- Prijzen & Kortingen
- Kamertoewijzing
- Reisbrief
Overige
Overige
Tien vragen
We vinden het belangrijk dat onze reisgenoten zich op hun gemak voelen bij een kloosterwandeling. Uit telefoongesprekken vooraf aan het boeken blijkt wat iemand zich zoal afvraagt. De volgende vraag wordt vaak gesteld. “Ik heb uw advertentie gelezen. Het lijkt mij interessant en verrijkend, maar zou het wel iets voor mij zijn?” Dit vragen meer mensen zich af. Je kunt wel zeggen dat meegaan de beste ervaring is, maar daar heb je als klant vooraf niet zoveel aan. Daarom hebben we een rubriekje TIEN VRAGEN opgesteld, om u een helpende hand te bieden.1. Welke mensen gaan er zoal mee?
Mensen met een open instelling, die benieuwd zijn naar het klooster maar ook naar de andere reisgenoten. Respect voor elkaar hebben is een kernwaarde. Dit ontstaat tijdens het wandelen en tijdens de maaltijden en overige tijden in het klooster. Telkens opnieuw is het boeiend te zien hoe verschillende mensen die elkaar niet kennen tijdens de wandeling elkaar ontmoeten en de ruimte geven waardoor er een vertrouwelijke sfeer ontstaat. Gaandeweg de dagen krijgt dit een verdieping.2. Moet je gelovig zijn?
De Wandelmaat is geen kerkelijke organisatie, maar de meeste kloosters in West-Europa horen bij de rooms-katholieke kerk, en vallen dus in de christelijke bedding. Je hoeft geen kerkgelovige zijn om deel te nemen, maar vraag jezelf af of je ook een paar dagen gast wilt zijn in een klooster met zijn gebedsmomenten, met stilte, met soms een gebed aan tafel en met soms gesprekken over de zin van het leven. De meeste deelnemers hebben wel een christelijke achtergrond, soms katholiek, steeds meer protestant en een enkele maal moslim of jood. De ene reisgenoot doet er “niets” meer aan, en de ander is nog volop “praktiserend”. We herkennen elkaar in het zoeken naar de zin van ons bestaan.
3. Welke leeftijd hebben de mensen?
Leeftijd is niet zo belangrijk voor een kloosterwandeling. Het gaat om de instelling waarmee je begint. Er zijn jonge mensen die amper kunnen wandelen en er zijn ouderen die iedereen eruit lopen. Ouderen hebben vaak verrassende standpunten en jongeren kunnen star in hun denken zijn. Pelgrim Henricus, de initiatiefnemer, was bijna 50 jaar toen hij ging wandelen. Hij wilde iets doen voor leeftijdsgenoten. En vooral ook voor mensen die nieuwsgierig zijn naar het kloosterleven en mensen die verlangen naar een beetje avontuur. De meeste reisgenoten zijn tussen de 45 en 60 jaar. Meer vrouwen dan mannen wandelen mee. Soms is het leeftijdsverschil in een groep 40 jaar. Dus ook jonge mensen tussen de 18 en 25 jaar gaan dit avontuur aan. Het aantal deelnemende jongeren stijgt maar dit betekent niet dat we een kloosterwandeling voor jongeren organiseren. De diverse leeftijdsopbouw is ook bij de gidsen te zien. Enkele zijn jonger dan 40 jaar en anderen zijn gepensioneerd. Ook de jongere gidsen zorgen ervoor dat iedere deelnemer het goed heeft.
4. Moet je goed kunnen wandelen?
We wandelen, dus je moet er van houden om een halve dag of een dag te wandelen. En je moet gewend zijn te lopen met een dagrugzakje waarin brood, drinken en wat versnaperingen zitten. We wandelen in een groep met daarin mensen die flink doorstappen en mensen die langzamer lopen. We geven geen routekaartjes uit, alleen de gids kent de weg. De gids en de deelnemers bepalen samen hoe men met dit verschil in tempo omgaat. Niet een straffe pas kenmerkt het tempo maar het gemoedelijk gaan door het landschap. Het adagium luidt: samen uit, samen thuis.
5. Welke afstanden leggen we af?
Een kloosterwandeling wijkt af van de meeste andere wandelvakanties. Bij reguliere wandelvakanties is het gebruikelijk dat je van negen uur ’s morgens tot een uur of vier ’s middags onderweg bent en dat je ’s avonds lekker gaat eten. Kloosterwandelingen kennen een andere indeling omdat in het klooster vrijwel altijd ’s middags een warme maaltijd wordt opgediend. Daaraan nemen we deel. Dit betekent dat we ’s morgens en ’s middags een paar uur kunnen wandelen. Bij elkaar opgeteld is dit meestal 16 kilometer. Sommige kloosterwandelingen beginnen de dag ’s morgens in alle vroegte met een stiltewandeling van 4 kilometer. Het komt niet vaak voor dat je bij een kloosterwandeling dagelijks 20 kilometer wandelt want we reserveren ook tijd voor een rondleiding en/of een gesprek met een kloosterling.
6. Wat is de beste insteek?
Meedoen aan een MINI kloosterwandeling in een weekend is de mooiste opstap. Je komt aan je trekken als het gaat om wandelen, meestal zijn wij een dag buiten op weg naar een klooster. Vervolgens proef je een etmaal aan het kloosterleven. Hierdoor ervaar je of deze wandelformule bij jou past en ook of je zin hebt in andere kloosterwandelingen van de Wandelmaat.
7. Een weekend lijkt me zo druk. Maar vijf dagen vind ik ook best lang en spannend voor de eerste keer.
Dan ligt een MINI PLUS voor de hand. Vaak reis je direct naar het klooster. En je slaapt er twee nachten. Je kunt ook kiezen voor een driedaagse. Die start op vrijdagochtend zodat er ruimte is voor een extra wandeling op vrijdagmiddag.
8. Ik wil graag meedoen, maar heb niet zoveel zin in de groep.
De Wandelmaat heeft gekozen voor het organiseren van een groepsreis. We gaan met onbekende mensen op stap in kleine groepen. Wij vinden het fijn de reikende hand te bieden aan mensen die zelf geen tijd hebben om het wandelen naar en van een klooster te organiseren. Daarbij komt ook het regelen van het verblijf in het klooster. Onze wandelingen zijn te typeren met het idee van als pelgrims onderweg gaan. Een pelgrim heeft een gastheer nodig en een gastheer een pelgrim. Samen onderweg maar tegelijk ook als individu met ruimte voor eigen indrukken en ervaringen. Je welkom weten, je welkom heten, dat zijn heel belangrijke trefwoorden.Wanneer deel uitmaken van een groep niet jouw ding is, dan moet je misschien niet meegaan. Dichtbij jezelf blijven is ook heel belangrijk. Wanneer je in absolute stilte wilt zijn dan is het onverstandig te kiezen voor een groep waar dat geen uitgangspunt is. Dan gaat iemand zich ergeren. Maar we willen nog een paar punten belichten waarom we als groepje onderweg zijn.
Op reis zijn met een groep heeft naar onze ervaring meerwaarde, voor alle deelnemers, en dus ook voor mensen die graag op zichzelf zijn. Dat komt doordat de gids niets verplicht stelt. De gids heeft ook niets te willen want je bent gast in het huis van een ander. Die ander is in dit geval wel een kloosterling, geen pension, geen hotel, geen particuliere vriend voor fietsers en wandelaars onderweg. Een klooster bestaat uit individuen die samen een gemeenschap vormen. De gemeenschap heeft huisregels en een huisritme. Het kan zijn dat je goede redenen hebt om geen gehoor te geven aan enkele wensen van de gastheer. Ook kan iedere deelnemer naar eigen inzicht bepalen om wel of niet mee te doen aan een programma onderdeel van de kloosterwandeling. Overleg met de gids is daarvoor wel een voorwaarde, maar we hebben nog nooit meegemaakt dat iemand zo maar zijn eigen ding ging doen.
Gidsen hebben oog voor alle reisgenoten. Vaak blijkt het juist prettig en stimulerend te zijn om onderdeel van een groep te zijn. Je kunt onder het wandelen alleen lopen of een tijdje met een ander pratend oplopen. Spontane gesprekken blijken soms een grote betekenis te hebben. Deelnemers wisselen ieder naar eigen behoefte ervaringen met anderen uit. En er zijn altijd wel een paar mensen bij met wie het ‘klikt’. Zo werkt het in de praktijk. Aan het eind van de kloosterwandeling gaat ieder weer zijns of haars weegs.
Het groepsverband is dus vrijblijvend, maar door de duidelijke leiding van de gids ervaren de meeste reisgenoten het eerder als uitnodigend dan bezwarend’.
9. Wat bedoelt u toch met een stiltewandeling?
Bij een stiltewandeling zwijgen we. Meestal is de omgeving niet stil. Maar wij – wandelaars – zijn stil. De mooiste ervaring is de vroege stiltewandeling, vooral in de zomer wanneer je de zon tegemoet wandelt. Fascinerend is dat iedere keer weer. Terwijl het ’s winters in alle vroegte prachtig is als vogels opfladderen en het landschap nog in maanlicht is gehuld. Soms vraagt de gids tijdens de wandeling overdag om in stilte te lopen. Dan gaat het om het kort onderbreken, bijvoorbeeld tien minuten, van het praten. Vooral in mooie natuurgebieden is dit een aangename ervaring om stil door te wandelen en met al je zintuigen helemaal open te staan daarvoor zonder door praten afgeleid te worden. Stilte in de ochtend verwijst overigens ook naar de grote stilte die zo kenmerkend is voor de monnik. Zwijgen kan het ervaren van de stilte bevorderen. In de stilte komt de ontmoeting tot stand met het onnoembare. Niet voor niets verwijzen kloosterlingen naar de Bijbel als het gaat om een moment van rust zoeken, van contact met het onzichtbare. Dat gebeurt nooit in het rumoer of bij sociale gesprekken, maar altijd in de stilte van de nacht of de morgen.
10. Welk klooster raadt u mij aan?
In het klooster ben je altijd gast in het gastenverblijf. En iedere kloostergemeenschap is weer anders. Wanneer we iets zeggen over de één, dan is het bij de ander juist weer het tegenovergestelde. Belangrijk is een open houding, acceptatie van de eenvoud en van het huisritme. Een klooster is nu eenmaal een plaats waar men inhoud geeft aan een religieus leven. Bij de afzonderlijke beschrijvingen kun je wel iets opmaken over het type klooster. Wat verder voor jouw overweging kan uitmaken is dat je bij een zogenaamd bidklooster (contemplatief klooster) vaker in aanraking komt met het christelijke geloofsleven dat bestaat uit vaste gebedsmomenten, vaste gewoonten voor zingen en bidden en vaste tafeltijden en eetwijze.Overigens is een kloosterwandeling er niet op gericht om van jou een kloosterling te maken, maar de gids doet zijn best om je in contact te brengen met de gemeenschap ter plaatse. De ene reisgenoot kan zich erin vinden, de ander helemaal niet. En dat geldt ook voor een aantal andere randvoorwaarden, zoals de kenmerken van het landschap (vlak of heuvelachtig), de taal (Nederlands, Vlaams, Frans of Duits) en de gids, want bij de een voelt men zich zeer op zijn gemak en bij de andere man of vrouw gaat het stroef.
Wat bijzonder is en blijft is het feit dat wij welkom zijn bij 30 kloosters en elk klooster is een unieke gemeenschap met authentieke mannen en vrouwen. Maar ook de reisgenoten zijn bijzonder. In het begin zijn we meestal vreemden voor elkaar, en bij het afscheid is er meestal een gevoel van grote verbondenheid.







