Veel gestelde vragen

Veel gestelde vragen

We vinden het belangrijk dat onze reisgenoten zich op hun gemak voelen bij een kloosterwandeling. Uit (telefoon)gesprekken en e-mails blijkt wat iemand zich zoal afvraagt. Hieronder lees je de meest gestelde vragen en de antwoorden daarop. Heb je een andere vraag? Neem dan contact met ons op.

Moet je goed kunnen wandelen?

We wandelen, dus je moet er van houden om een halve dag of een dag te wandelen. Je moet er niet alleen van houden, maar je moet het ook kunnen. Ook is het prettig wanneer je weet wat het is om te lopen met een dag-rugzak waarin brood, drinken en wat versnaperingen zitten. We wandelen in een groep met daarin mensen die flink doorstappen en mensen die langzamer lopen. We geven geen routekaartjes uit, de gids wijst je de weg. De gids en de deelnemers bepalen samen hoe men met dit verschil in tempo omgaat. Niet een straffe pas kenmerkt het tempo maar het gemoedelijk gaan door het landschap. Ons uitgangspunt is: samen uit, samen thuis.

Welke afstanden leggen we af?

Een kloosterwandeling wijkt af van andere wandelvakanties. Bij reguliere wandelvakanties is het gebruikelijk dat je van negen uur 's morgens tot een uur of vier 's middags onderweg bent en dat je 's avonds lekker gaat eten. Kloosterwandelingen kennen een andere indeling omdat in het klooster vrijwel altijd tussen 12 en 13 uur een warme maaltijd wordt opgediend. Daaraan nemen we deel. Dit betekent dat we 's morgens en 's middags een paar uur kunnen wandelen. Bij elkaar opgeteld is dit op een dag over het algemeen maximaal 16 kilometer. Sommige kloosterwandelingen beginnen de dag 's morgens in alle vroegte met een facultatieve stiltewandeling. De informatieblokjes bij de verschillende wandelingen geven vaak een globaal overzicht van de indeling van de dagen en van de wandelingen die we gaan maken.

Welke mensen gaan er zoal mee?

Mensen die met ons meegaan, zijn mensen met een open instelling die benieuwd zijn naar het klooster en naar de andere reisgenoten. Respect voor elkaar hebben is een kernwaarde. Dit ontstaat tijdens het wandelen en tijdens de maaltijden en overige tijden in het klooster. Telkens opnieuw is het boeiend te zien hoe verschillende mensen die elkaar niet kennen tijdens de wandeling elkaar ontmoeten en de ruimte geven waardoor er een vertrouwelijke sfeer ontstaat. Gaandeweg de dagen krijgt dit volkomen natuurlijk een verdieping.

Moet je gelovig zijn?

De Wandelmaat is geen kerkelijke organisatie, maar de meeste kloosters in West-Europa horen bij de Rooms-Katholieke kerk, en vallen dus in de christelijke bedding. Je hoeft geen gelovige zijn om deel te nemen, maar vraag jezelf af of je ook een paar dagen gast wilt zijn in een klooster met zijn gebedsmomenten, met stilte, met soms een gebed aan tafel en met soms gesprekken over de zin van het leven. De meeste deelnemers hebben wel een christelijke achtergrond, soms katholiek, steeds meer protestant en een enkele maal moslim of jood. De ene reisgenoot doet er (soms al jaren) niets meer aan, en de ander is nog volop praktiserend. We herkennen elkaar in het samen op weg zijn en zoeken naar de zin van ons bestaan.

Welke leeftijd hebben de deelnemers?

Leeftijd is niet zo belangrijk voor een kloosterwandeling. Het gaat om de instelling waarmee je begint. Er zijn jonge mensen die amper kunnen wandelen en er zijn ouderen die iedereen eruit lopen. De mensen die meegaan zijn over het algemeen mensen die nieuwsgierig zijn naar het kloosterleven en mensen die verlangen naar een beetje avontuur. De meeste reisgenoten zijn tussen de 50 en 65 jaar. Meer vrouwen dan mannen wandelen mee. Soms is het leeftijdsverschil in een groep 40 jaar. Dus ook jonge mensen tussen de 18 en 25 jaar gaan dit avontuur aan.

Wat is de beste opstap?

Meedoen aan een ‘Kort maar krachtig’ kloosterwandeling is de mooiste opstap. Dit is een kloosterwandeling bestaande uit 2 dagen en 1 overnachting. Hierdoor ervaar je in een notendop of onze wandelformule bij jou past en ook of je zin hebt in andere kloosterwandelingen van de Wandelmaat.

Ik wil graag meedoen, maar heb niet zoveel zin in een groep.

De Wandelmaat heeft gekozen voor het organiseren van groepsreizen. We gaan met onbekende mensen op stap in kleine groepen. Onze wandelingen zijn te typeren met het idee dat we als pelgrims onderweg gaan. Een pelgrim heeft een gastheer nodig en een gastheer een pelgrim. Samen onderweg maar tegelijk ook als individu met ruimte voor eigen indrukken en ervaringen. Je welkom weten, je welkom heten, dat zijn heel belangrijke trefwoorden. Gidsen hebben oog voor alle reisgenoten. Vaak blijkt het juist prettig en stimulerend te zijn om onderdeel van een groep te zijn. Je kunt onder het wandelen alleen lopen of een tijdje met een ander pratend oplopen. Spontane gesprekken blijken soms een grote betekenis te hebben. Deelnemers wisselen ieder naar eigen behoefte ervaringen met anderen uit. En er zijn altijd wel een paar mensen bij met wie het 'klikt'. Zo werkt het in de praktijk. Aan het eind van de kloosterwandeling gaat ieder weer zijns of haars weegs.

Wat wordt bedoeld met een stiltewandeling?

Bij een stiltewandeling zwijgen we. Meestal is de omgeving niet stil. Maar wij - wandelaars - zijn stil. De mooiste ervaring is de vroege stiltewandeling, vooral in de zomer wanneer je de zon tegemoet wandelt. Fascinerend is dat iedere keer weer. Terwijl het 's winters in alle vroegte prachtig is als vogels opfladderen en het landschap nog in maanlicht is gehuld. Soms vraagt de gids tijdens de wandeling overdag om in stilte te lopen. Dan gaat het om het kort onderbreken, bijvoorbeeld tien minuten, van het praten. Vooral in mooie natuurgebieden is dit een aangename ervaring om stil door te wandelen en met al je zintuigen helemaal open te staan daarvoor zonder door praten afgeleid te worden. Stilte in de ochtend verwijst overigens ook naar de grote stilte die zo kenmerkend is voor de monnik.

Hoe stil is het in een stilteklooster?

De kloosterlingen leven in een aantal kloosters vanuit de stilte. Voor hen gelden hiervoor regels, tijdens afgesproken delen van de dag wordt er onderling niet gesproken. Wij zijn bij hen te gast en volgen de regels van onze gastheren in de algemene ruimtes, tijdens de getijden en tijdens de maaltijden. In onze eigen ruimte die wij in het klooster tot onze beschikking hebben en tijdens de wandelingen kunnen wij vrijuit spreken. Dat geeft de gelegenheid om elkaar en de gids vragen te stellen, ervaringen uit te wisselen en met elkaar verdieping te vinden. En natuurlijk is er ook voldoende ruimte voor ontspanning.
Advent beleven in een klooster. Sereen, eenvoudig en bijzonder. Met als kers op de taart het heerlijke hier gebrouwen trappistenbier. Ik heb alweer geboekt voor de volgende advent.